Je leden een hele namiddag enthousiast aan de activiteit laten deelnemen? Alle leden op een positieve manier met elkaar leren omgaan? Een hele kampdag in goede banen leiden? Het is niet altijd evident!

We geven jullie hier een aantal tips en tricks hoe je kan voorkomen dat je op een negatieve manier moet ingrijpen, kinderen kan motiveren en hoe je kan reageren op (moeilijke) situaties. Wil je graag nog meer informatie, concrete voorbeelden en aandachtspunten? Bij de publicaties vind je een uitgebreide cursustekst die je verder helpt!

1. Duidelijke afspraken 

Een goede verstandhouding creëren met je leden begint met het maken van afspraken. Kinderen moeten zich aan deze afspraken leren houden en geleidelijk aan inzien waarom bepaalde dingen niet kunnen. Duidelijkheid rond vooropgestelde regels en afspraken geeft hen zekerheid. Om ervoor te zorgen dat de regels ook aanvaard worden, duid je best goed waarom deze vooropgesteld worden. Zorg er daarnaast voor dat kinderen op voorhand weten wat de consequenties zijn van zowel positief als negatief gedrag. Op basis van deze afspraken kan je vervolgens op een gelijke en eerlijke manier reageren op het gedrag van ieder kind. 

2. Een positieve leidingshouding

Het is belangrijk fijn gedrag duidelijk te appreciëren en bevestiging te geven. Dat is nog veel belangrijker dan straffen, het maakt duidelijk voor de leden dat ze nog binnen de grenzen zitten en zal hen stimuleren om dit gedrag vaker te vertonen. Zo blijft een groep gemakkelijk werkzaam en kan ongewenst gedrag, en zo ook straffen, voorkomen worden.  Het is dus belangrijk als leid(st)er steeds het positieve in het gedrag van je leden te zien en manieren te zoeken om hierop verder te bouwen. Soms draaien bepaalde handelingen van leden anders uit dan bedoeld, dan moet je daar bij je reactie ook rekening mee houden. Bovendien kan je iemands gedrag beter positief beïnvloeden door op tijd een compliment te geven als hij/zij iets volgens de regels doet dan door enkel te straffen als het eens fout loopt. Concentreer je aandacht dus zeker niet enkel op het negatieve maar heb te allen tijde oog voor positief gedrag. Zijn er bijvoorbeeld slechts enkele leden die doen wat je vraagt, geef die dan positieve aandacht. Je zal zien dat de anderen volgen. Fixeer je niet te hard op degenen die niet doen wat je vraagt. 

3. Beloningssystemen

Met beloningssystemen kan je op een structurele en expliciete manier goed gedrag in de bloemetjes zetten. Hoewel dit hoe dan ook een positief gegeven lijkt, is het belangrijk er bewust mee om te gaan en overwogen te gebruiken in jouw groep. Als het op een foute manier gebeurt, kunnen er immers ook ongewenste gevolgen uit voortvloeien. Geef beloningen bijvoorbeeld nooit vooraf, maak er wel op voorhand afspraken rond en reageer vervolgens op wat je ziet. Benoem dit in termen van gedrag zodat voor iedereen duidelijk is naar aanleiding van wat er beloond wordt. Geef bij voorkeur immateriële beloningen.

4. Adequaat reageren

Met voorgaande tips en acties kan je proberen om ongewenst gedrag bij je leden te vermijden. Die horen dus steeds op de eerste plaats te komen. Als in een bepaalde situatie toch ongewenst gedrag blijft optreden, is een straf of maatregel wel aangewezen om je gezagspositie als leid(st)er duidelijk weer te geven en de orde te bewaren. Maar dat moet op een overwogen en doordachte manier te gebeuren. Een gepaste reactie zorgt ervoor dat leden duidelijk zullen inzien waarom hun gedrag niet geapprecieerd wordt, dat gedrag dat niet strookt met de vooropgestelde afspraken afgestraft wordt en dat het leuker is om gewenst gedrag te vertonen. Daardoor zal dit gedrag in de toekomst minder voorkomen en is de situatie terug werkbaar om de activiteit op een positieve manier verder te zetten. 

Verloop

Hoe situaties verlopen hangt af van persoon tot persoon, het gedrag van de betrokken leden en onze initiële reacties hierop. De leidraad kan je helpen om meer bewust, stap voor stap op een goede manier met gedrag van leden om te gaan en ieder kind op een gelijke manier te benaderen. 

  1. Maak steeds duidelijke afspraken met je leden.
  2. Stimuleer gewenst gedrag en toon appreciatie als het zich voordoet.
  3. Geef ongewenst gedrag een waarschuwing. Spreek hierbij af wat er zal gebeuren als het gedrag zich herhaalt.
  4. Elk lid verdient een eerlijke tweede kans. Als het gedrag zich toch herhaalt, doe dan meteen wat je met het kind afgesproken had tijdens de waarschuwing.
  5. Straf, indien nodig, onmiddellijk na het ongewenste gedrag en volg ook het uitvoeren van de straf op. 
  6. Maak na de straf tijd voor een goed gesprek waarin teruggekoppeld wordt naar hoe de situatie verlopen is, om welk gedrag gestraft werd en hoe dit in de toekomst vermeden kan worden. 
  7. Maak duidelijk dat het niet om de persoon zelf gaat, dat de straf en het voorval vergeten en vergeven zijn en begin daarna terug met een schone lei. Kom niet meer op het voorval terug. 

Een straf moet in verhouding staan tot het voorval. Zorg er dus voor dat je een goed zicht hebt op het voorval en luister naar alle betrokken partijen. Straf op basis van de intentie in plaats van de gevolgen: waarom doet een kind dat? Laat sociale controle dus geen rol spelen en ga op dezelfde manier met gedrag om, onafhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van andere personen. Reageer steeds vanuit de ik-persoon en benoem het ongewenste gedrag.