Er was eens, hier heel ver vandaan, een wereld waarin drie koninkrijken bestonden: het Rode Rijk, de Gele Gouw en de Blauwe Ban. Elk koninkrijk kleurde uitsluitend binnen de lijnen van zijn rijk en had enkel oog voor zijn eigen kleur.
In het Rode Rijk woonde Runa, een nieuwsgierig meisje, een stuiterbal boordevol energie. Overal waar je keek, zag je rood: rododendrons, rivieren vol rode kreeften, alle huizen waren gebouwd uit rode bakstenen, zelfs haar kleren waren gemaakt uit 100% rode vezels.
Niet veel verder leefde Yaro, in de Gele Gouw. In de Gele Gouw was het altijd zonnig, altijd warm en bovenal altijd geel. Het liefste wat Yaro deed, was verstoppertje spelen en erop los grappen en grollen. Helaas, zo zonder andere kleuren duurde het spelletje verstoppertje altijd veel te lang.
Nog wat verder, in de Blauwe Ban, zat Liora. Liora was dromerig en stil. Ze verdiepte zich graag in de rust van de kalme Blauwe Zee en de zachte briesjes van de blauwe zeelucht. Al voelde het soms alsof er al die rust iets miste, iets levendigs, iets spannends.
Hoewel hun koninkrijken niet ver uit elkaar lagen, konden ze evengoed aan de andere kant van de wereld zijn. Elke wereld was zo verschillend, en daarbovenop waren ze gescheiden door een gigantische kleurloze poort.
Runas rode wekker stond al heel vroeg in de ochtend. Haar mama had haar gevraagd om die dag rode appels te gaan plukken. Ze vertelde haar over een oude appelboom, in het verste uithoekje van het Rode Rijk. Aan die boom groeiden de sappigste rode appels die je maar kon vinden. Enthousiast sprong Runa uit bed. Ze trok haar rode laarsjes aan, pakte een rood mandje en als een lopend vuurtje vlamde ze de deur uit.
Springend en rennend baande ze zich een weg langs de rododendrons, voorbij de rode kreeften en verder.
Rood uitgeslagen van al dat sprinten, keek ze op en zag ze dat de wereld veranderd was. De lucht werd donkerder rood en ze hoorde haar eigen voetstappen echoën op een manier die ze niet kende. ‘Waar ben ik?’ Vroeg ze zich af.
Ze keek rond, hopend om ergens de grote oude appelboom te zien, maar in plaats daarvan stuitte ze op iets anders. Een enorme, kleurloze poort, hoger dan alles wat ze ooit had gezien. Haar hart bonsde in haar keel. ‘Wat is dit, en wat zit erachter?’ Dacht ze.
Niet zo ver daar vandaan was ook Yaro al vroeg uit de gele veren. Zijn broer had hem verteld over een onmogelijk spelletje. ‘Onmogelijk?’ dacht Yaro, ‘Niets is onmogelijk!’
De zonnestralen baanden zich een weg binnen in zijn geel citroen vormige appartement. Het was de perfecte dag om naar buiten te gaan en het spelletje te testen. Hij ging zich proberen te verstoppen voor de zon! Hij zwaaide de voordeur open en rende meteen naar de schaduw van een grote gele struik.
Zo ging hij verder, rennend van schaduw naar schaduw, dook hij achter gele bomen en gele huizen. De schaduwen werden langer en de gele gloed werd doffer. Hij had niet door hoe ver hij was gegaan, tot er plots iets vreemds in de verte opdook. ‘Wat in “gele” hemelsnaam is dat?’ Het leek wel op een reusachtige kleurloze poort. ‘Wat zou er achter die poort zitten?’ Vroeg hij zich af.
Op zijn gele sneakers liep hij stilletjes verder, zijn spel vergeten. Hoe dichter hij bij de poort kwam, hoe duidelijker het werd dat dit geen gewone plek was.
De lucht trilde een beetje en de grond leek te zoemen onder zijn voeten. Yaro’s ogen begonnen te fonkelen. Dit was iets nieuws, iets wat zelfs zijn broer nog nooit had gezien!
Ergens ver in de Blauwe Ban zat Liora op haar lievelingsplek, een grote gladde steen aan het water. Ze luisterde naar het zachte ruisen van de Blauwe Zee, zoals ze dat wel vaker deed wanneer haar hoofd overliep van gedachten. Diep in gedachten verzonken merkte ze plots op dat er iets speciaals aan de hand was met het – normaal eerder rustige – deuntje van de wind. De wind leek zelfs iets te fluisteren.
Ze sloot haar ogen en luisterde beter. “Kom … Kom ...” leek het te zeggen, als een geheim dat verteld wilde worden. Zonder precies te weten waarom, stond ze op. Goed luisterend naar waar de fluisteringen van de wind vandaan kwamen brachten haar voeten haar steeds verder. Voorbij de rustige kust en door een dicht blauw bos, waar het licht nog nauwelijks doordrong.
Na het gekronkel langs de laatste blauwe boom hield ze plots haar adem in. Daar, recht voor haar, stond het. Een kolossale, kleurloze poort. Kil, maar levend. Alsof het ademde, en bij elke uitademing zei de wind uit de poort ‘kom’. Haar hart ging tekeer, en tegelijkertijd voelde ze ook een warme gloed. Alsof dit moment al lang op haar had gewacht.
Op hetzelfde moment raakten Runa, Yaro en Liora de grote kleurloze poort aan. Een plotselinge stilte viel over de werelden. De wind hield zijn adem in.
Uit hun handen stroomden kleuren. Helderrood, sprankelend geel, diepblauw. Ze kronkelden als kleurrijke linten omhoog, vonden elkaar in het midden van de poort, en spatten naar overal.
De patronen op de poort lichtten op. De poort trilde en kraakte. Met een felle flits van gemengde kleuren knalde hij open.
Wat ze zagen was adembenemend.
Voor hen lag een wereld zoals geen van hen ooit had gezien. Een wereld vol met kleuren die ze niet kenden. Oranje, paars, groen, turkoois, fuchsia en tinten waar zelfs geen naam voor bestond.
De lucht glinsterde in regenboog gloed en bloemen trompetterden prachtige melodietjes.
Runa lachte hardop. “Zien jullie dit? Dit is … magie!”
Yaro dook meteen in een stapel gekleurde bladeren en riep: “Verstoppertje spelen is veel leuker zo!”
Liora draaide langzaam in het rond, haar armen wijd. En terwijl ze samen speelden en lachten, markten ze iets bijzonders op. Iedere keer als ze samen iets ontdekten of iets deelden, werd de wereld nog iets kleurrijker.
Een boom kreeg nieuwe kleuren wanneer ze hem samen beklommen. Een rivier veranderde van kleur afhankelijk van wie er met zijn voeten in stond.
En zo leerde ze dat buiten de lijntjes spelen prachtige kleuren oplevert. Dat verbindingen nieuwe deuren kunnen openen en dat je nieuwe gekke dingen kan ontdekken als je de wereld samen beleeft. Sindsdien is die kleurrijke wereld altijd blijven bestaan, een plek waar verschillen geen grenzen zijn, maar uitnodigingen om samen te spelen en te groeien.
En wie goed kijkt, kan nog steeds overal op de wereld, poorten vinden die wachten om ingekleurd te worden. Misschien, heel misschien, wachten ze wel op jou …