BOB & Beter: speluitleg
1. Introductie
Welkom in de wereld van BOB & Beter, waar plezier en leren hand in hand gaan. Dit spel is speciaal ontworpen voor de leiding en oudste leden van KSA en biedt een unieke kans om op een speelse manier stil te staan bij belangrijke thema’s zoals alcohol, tabak en (illegale) drugs. Bereid je voor op een uitdagende strijd vol strategie en teamwork, terwijl je samen met je vrienden de ins en outs van deze onderwerpen ontdekt.
In een sfeer van competitie en samenwerking ga je niet alleen punten scoren, maar ook waardevolle kennis opdoen die je kan helpen om weloverwogen keuzes te maken binnen de werking van jouw KSA-groep, maar ook in het dagelijks leven. Dus verzamel je team, schud de kaarten en laat de ontdekkingstocht beginnen!
2. Doel van het spel
Het doel van BOB & Beter bestaat uit twee onderdelen: enerzijds het spel proberen winnen door zoveel mogelijk punten te scoren, anderzijds om gaandeweg zoveel mogelijk te weten komen over de thema’s alcohol, tabak & drugs.
3. Spelmateriaal
- De categoriekaarten (‘Feit of fabel’, ‘Wetgeving’, ‘Stelling’, ‘Regelgeving/beleid in eigen KSA-groep', ‘Doe-opdracht’)
- Vergifkaarten
- Een scorebord (bv. pen en papier)
- Een timer (bv. een gsm)
- De visie op alcohol, tabak & drugs van KSA Nationaal
4. Voorbereiding
- Kies één of meerdere spelleiders:
- De spelleiders zorgen dat het spel vlot verloopt en geven extra uitleg waar nodig, zoals de visie van KSA Nationaal op alcohol, tabak en drugs.
- Verdeel de groep in teams:
- Maak teams van minimaal 2 en maximaal 4 spelers. Het spel is geschikt voor maximaal 6 teams (maximaal 24 deelnemers). Zijn er meer dan 24 spelers, splits dan op in twee aparte groepen en voorzie een extra spelpakket.
- Kaarten voorbereiden:
- Schud de kaarten goed door elkaar.
- Elk team krijgt 6 kaarten om mee te starten.
- Teams mogen hun eigen kaarten bekijken en vasthouden, maar niet aan andere teams laten zien.
- Kaartenstapel in het midden plaatsen:
- Leg de overige kaarten als een stapel in het midden van de teams, met de uitleg naar beneden.
5. Spelregels (hoe scoor je punten?)
Punten scoren doe je door een kwartet (4 kaarten) af te leggen:
In dit spel probeer je zoveel mogelijk punten te scoren door ‘kwartetten’ af te leggen. Een kwartet bestaat altijd uit vier kaarten:
Optie 1: 4 kaarten uit dezelfde categorie
- 4 x categorie ‘Feit of fabel’ --> 1 punt
- 4 x categorie ‘Wetgeving’ --> 3 punten
- 4 x categorie ‘Stelling’ --> 3 punten
- 4 x categorie ‘Regelgeving/beleid in eigen KSA-groep’ --> 4 punten
- 4 x ‘Doe-opdracht’ --> 4 punten
Optie 2: 4 kaarten uit allemaal verschillende categorieën
- 4 punten
Probeer strategisch te spelen en zo veel mogelijk kwartetten af te leggen voor zo veel mogelijk punten!
6. Spelverloop
Wanneer jouw team aan de beurt is, begin je steeds met het trekken van een kaart. Je hebt daarvoor twee opties:
- Optie 1: Steel een kaart van het team rechts van jouw team (blind trekken).
- Optie 2: Trek de bovenste kaart van de stapel in het midden.
Nadat je een kaart hebt getrokken, moet je deze spelen, maar alleen als dat mogelijk is.
- Als de kaart al eerder behandeld is, mag je deze aan je eigen kaarten toevoegen.
- Als de kaart nog niet aan bod kwam, speel je deze volgens de regels van de categorie.
Categorieën
- Feit of fabel:
- Lees de uitleg op de kaart luidop voor en beslis: is het een feit of een fabel?
- Overleg alleen binnen je eigen team en geef je antwoord. De andere teams mogen natuurlijk meedenken!
- Antwoord je juist? Dan mag je de kaart houden.
- Antwoord je fout? Dan moet je de kaart afgeven aan het team rechts van jouw team, maar alleen als zij het antwoord wél juist hebben. Hebben zij het ook fout? Dan verdwijnt de kaart onderaan de stapel in het midden.
- Wetgeving:
- Lees de vraag op de kaart luidop voor en beantwoord de vraag over de Belgische wetgeving.
- Antwoord je juist? Dan mag je de kaart houden.
- Antwoord je fout? Dan moet je de kaart afgeven aan het team rechts van jouw team, maar alleen als zij het antwoord wél juist hebben. Hebben zij het ook fout? Dan verdwijnt de kaart onderaan de stapel in het midden.
- Stelling:
- Lees de stelling luidop voor. Elk team krijgt even de tijd om te overleggen.
- Bespreek daarna samen met alle teams de stelling. De spelleider begeleidt dit gesprek en kan extra vragen stellen waar nodig.
- Na de discussie mag jouw team de kaart sowieso houden.
- Regelgeving/beleid in eigen KSA-groep:
- Lees de vraag luidop voor. Elk team krijgt de tijd om te overleggen.
- Alle teams stellen voor wat ze hebben. Beslis daarna samen met alle teams welk team het beste voorstel had. Elk team stemt (stemmen op jezelf is niet toegestaan).
- Het team met de meeste stemmen wint de kaart. Bij een gelijke stand kiest de spelleider.
- Doe-opdracht:
- Lees de doe-opdracht luidop voor. Elk team krijgt de tijd om de opdracht uit te voeren.
- Alle teams stellen voor wat ze hebben. Beslis daarna samen met alle teams welk team het beste voorstel had. Elk team stemt (stemmen op jezelf is niet toegestaan).
- Het team met de meeste stemmen wint de kaart. Bij een gelijke stand kiest de spelleider.
Acties en mogelijkheden
Na het trekken en (eventueel) spelen van een kaart, mag jouw team controleren of je één of meerdere kwartetten kunt afleggen. De punten voor elk kwartet worden bijgehouden door de spelleider, die deze punten onzichtbaar noteert om de spanning te behouden tot het einde van het spel.
Wanneer een kwartet is afgelegd en de punten zijn genoteerd, worden de kaarten als volgt verwerkt:
- Gespeelde kaarten worden bewaard bij de spelleider.
- Niet-gespeelde kaarten gaan onderaan de stapel in het midden.
- Belangrijk: indien het team na het afleggen van een kwartet minder dan 6 kaarten overhoudt, mag het team extra kaarten van de stapel bijnemen tot het team er opnieuw 6 heeft.
7. Speciale regels
De speelkaarten bestaan niet alleen uit categoriekaarten, maar ook vergifkaarten. Deze kaarten kunnen echter niet worden afgelegd in een kwartet en leveren je bovendien strafpunten op als ze aan het einde van het spel nog in je hand zitten. Elke vergifkaart levert 2 strafpunten op, die aan het einde van het spel van je totale score worden afgetrokken. Je kan deze kaarten wel ‘kwijtspelen’, afhankelijk van de situatie:
- Je trekt een vergifkaart van het team rechts van je:
- Probeer te bluffen door te doen alsof de kaart al gespeeld is. In dat geval mag je de kaart houden zonder dat het team links van je weet dat het een vergifkaart is.
- Je trekt een vergifkaart van de stapel:
- Aangezien deze kaart niet eerder in het spel is geweest, kun je hier niet omheen bluffen. Je kunt wel proberen om de andere teams in verwarring te brengen door te doen alsof de kaart een onderdeel van een andere categorie is en deze ‘onopvallend’ te verliezen.
- Bluffen niet mogelijk?
- Dan zit je voorlopig vast met de vergifkaart en moet je hopen dat het team links van jou de kaart alsnog trekt.
8. Einde van het spel
Het spel kent geen vast einde. Er zijn drie opties:
- Op voorhand een speeltijd afspreken: Wanneer deze tijd om is, stopt het spel.
- De spelleider laat het spel stoppen: De spelleider kiest een geschikt moment om het spel te beëindigen.
- Een maximale score instellen: Zodra een team deze score behaalt, stopt het spel.
Aan het einde worden de punten in de groep besproken en wordt het winnende team uitgeroepen!