Het gebruik van voornaamwoorden
Elke dag gebruiken we tal van voornaamwoorden (zij/haar/hij/zijn/die/hun...) We gebruiken deze woorden om naar anderen te verwijzen, zoals zij heeft een kort kapsel, het is hun boek, de auto is van hem … Voor de keuze van het gebruikte voornaamwoord baseren we ons vaak op veronderstellingen die we hebben over de persoon in kwestie. We kijken naar de naam, het kapsel, de kledij, de lichamelijke kenmerken en noem maar op.
De realiteit toont echter dat we op basis van die kenmerken alleen, niets kunnen zeggen over hoe een persoon de eigen gender ervaart (genderidentiteit) of aangesproken wilt worden. We kunnen dit alleen weten door het te bevragen of als de persoon het op één of andere manier meedeelt. De gouden regel blijft dat we de genderidentiteit en de voornaamwoorden van mensen te allen tijde respecteren. Indien we een foutje maken, dan bieden we kort onze excuses aan en verbeteren we onszelf. Het gebruik van deze woorden is niet enkel een vorm van respect, maar het versterkt ook het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van de persoon in kwestie.
Die/hun/hen
We kennen allemaal de mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden hij/zijn/hem of zij/haar, maar sommige mensen hebben liever niet dat je naar hen verwijst door gebruik te maken van één van die opties. Het is daarom correct om ook gebruik te maken van de genderneutrale voornaamwoorden die/hun/hen.
We geven enkele voorbeelden:
- ‘Hij/zij heeft een boek’ wordt ‘Die heeft een boek’
- ‘Het is zijn/haar boek’ wordt ‘Het is hun boek’
- ‘Het boek is van hem/haar’ wordt ‘Het boek is van hen’
Belangrijk om hierbij te vermelden is dat mensen die de woorden die/hun/hen verkiezen niet altijd een non-binaire genderidentiteit hebben (mensen die zich niet herkennen in de klassieke hokjes van man of vrouw en de daaraan gekoppelde verwachtingen) en vice versa.